1962: Oplettende verpleegsters

Categorie:

Beschrijving

Ingestuurd door: Carine Bongers

Ons ouderlijk huis stond in de Boerhaavestraat, tegenover het Sint Jans Gasthuis. Vijf kinderen telt het gezin. Onze ouders hadden een kruidenierswinkel en menig verpleegster en doktersassistente van het Sint Jans kwam wel eens in de zaak. Voor ons als kinderen was het ziekenhuis met alle bedrijvigheid eromheen de gewoonste zaak van de wereld en vaak een verlengstuk van ons speelgebied. Enkele herinneringen/anekdotes aan die tijd:

– Op het muurtje langs de straat deden we spelletjes. Ook gingen we op de muur staan om te beleven wat er gebeurde als de ziekenauto aan was komen rijden met sirene en stopte bij de ingang van de Eerste Hulp.
– Op stille uren in het weekend rolschaatsten we op het terrein voor de ingang. Dat was waarschijnlijk de parkeerplaats, want er waren natuurlijk maar weinig mensen die toen een auto hadden. Soms werden we weggestuurd, omdat we lawaai maakten.
– Ik herinner me nog goed de fietsenstalling rechts van de oprit. Met een klein portiershuisje waar een vaste vriendelijk portier de fietsen bewaakte. Ik dacht dat hij Jan heette.

– Op een dag zag een verpleegster, die op de gang aan de straatkant luiers aan het vouwen was, iets vreemds aan het huis. Eén van mijn broertjes zat op zijn knietjes op de vensterbank bij een open slaapkamerraam. Hij had kans gezien het raam van het haakje te halen. De verpleegster belde zo snel als het kon naar de winkel. Vervolgens rende mijn vader vlug naar boven en zonder geluid te maken heeft hij mijn broertje uit de vensterbank gevist. Eind goed, al goed dankzij een oplettende en alerte verpleegster.

– Zelf ben ik als kleuter een keer op avontuur uitgegaan in het Sint Jans. Als driejarige kwam ik op de kinderafdeling terecht voor een keelaandoening en zag daar al die kinderen. Inderdaad in de bedjes met spijlen in de kamers met die grote glaspartijen. Blijkbaar had dat indruk gemaakt. Een tijdje later, ik denk als vier- of vijfjarige, ben ik dus in m’n eentje de straat overgestoken, het ziekenhuis binnengelopen en op enig moment de lift in gestapt. Of ik zelfstandig de kinderafdeling heb gevonden of dat iemand me aan de hand nam, dat weet ik niet meer. Maar ik ben wel bij de zalen met kinderen uitgekomen. Wat ik daar wilde doen? Spelen, met die kinderen! Een van de verpleegsters herkende mij als dochtertje van Jan en Trees. En zo ben ik weer thuisgekomen. Nog steeds een hele leuke herinnering.

Extra informatie

tijdsperiode

1960 – 1970

Praat mee